Evelyne is dertien, heeft ouders die ze verafschuwt, een broer die ze pest en een hond, Lulu, die ze koestert. Op een dag bindt haar vader haar geliefde hondje Lulu acher izjn auto en sleept het enkele kilometers over de weg. Het is 1 mei: lelietjes van de vallei, klokjes. Vanaf dat moment koestert Evelyne klokjes in haar hoofd.
Soms spreken ze voor haar, met volkomen legitiem geweld. Dan slaat ze haar moeder met een hamer, slaapt ze met Joe Vandaire, een vriend van haar ouders, wordt ze van school gestuurd, wordt ze stripper, en dan sterft Lulu. Dus Evelyne vertrekt.
Ze trekt in bij Luiggi, de pizzabakker, die de vader van haar kind wordt. Een bijna normaal leven. Maar doordeweeks werkt Evelyne, in plaats van in de fabriek schoon te maken, in het geheim als escort.